droomspel – august strindberg

VOORWOORD

De schrijver heeft, in aansluiting bij zijn vorige droomspel ‘naar damascus’, getracht de onsamenhangende maar schijnbaar logische vorm van een droom weer te geven. Alles kan gebeuren, alles is mogelijk en waarschijnlijk. Tijd en ruimte bestaan niet; onbelangrijke details, flarden van werkelijkheid zijn niets anders dan aanleiding voor de verbeelding om op voort te borduren en nieuwe grondpatronen te spinnen: een mengelmoes van herinneringen, ervaringen, losse verzinsels, ongerijmdheden en improvisaties.

De personen splitsen zich, verdubbelen zich, verwisselen van functie, vervluchtigen, verdichten zich, vervloeien, hernemen zich. Maar één bewustzijn staat boven alles: dat van de dromer; daarvoor bestaan geen geheimen, geen inconsequenties, geen scrupules, geen wetten.

De dromer veroordeelt niet, noch spreekt vrij, hij geeft alleen weer. En zoals de droom meestal triest is en minder vaak vrolijk, zo vaart een toon van weemoed en medelijden met al het levende door de zigzag verlopende vertelling. De slaap, de bevrijder, opereert dikwijls pijnlijk, maar als de gekweldheid op haar hoogst is, komt het ontwaken, dat ons met de werkelijkheid verzoent, en hoe teleurstellend deze ook mag zijn, toch is zij op dit ogenblik een verademing vergeleken met de kwellende droom.

a: ik geloof dat ik dit al eens eerder heb meegemaakt.
b: ik ook.
a: misschien heb ik het gedroomd.
b: of gedicht.
a: dan weet jij wat dichten is.
b: dan weet ik wat dromen is.
a: ik geloof dat we dezelfde woorden op een andere plaats al eens eerder hebben gezegd.
b: dan kun je gemakkelijk nagaan wat werkelijkheid is.
a: of droom.
b: of gedicht.