umsonst/nestroy

Al bijna een decennium lang bestuderen beide gezelschappen de schrijver, toneelspeler en theaterdirecteur Johann Nepomuk Nestroy (Oostenrijk, 1801-1862). ’t Barre Land vanuit de Weense hoek: Nestroy is de voorvader van de satirische traditie van Karl Kraus, Elias Canetti en Thomas Bernhard. Comp. Marius vanuit de Franse hoek: de komedies van Beaumarchais, Scribe & Co vormen de bronnen van de stukken van Nestroy.

10603743fb

Johann Nestroy was de kwelgeest van de welgestelde burgerij. Speciaal voor zijn 19e eeuwse Weense publiek herschreef hij succesvolle Franse kluchten, waarbij hij het kluchtmatige karakter voorzag van een parodiërende, existentiële laag. Nestroy was een theatrale alleskunner: Schrijver van stukken waar hij zelf de hoofdrol in speelde en die hij als directeur van het Burgtheater produceerde. Zijn stukken zijn fenomenaal, maar de Nederlandstalige opvoeringstraditie is verpest door oubollige, typematige ensceneringen en sinds de jaren ’70 worden zijn stukken praktisch niet meer opgevoerd.
In het stuk Umsonst verlaten twee toneelspelers het provinciaalse toneelmilieu, voor de liefde en de roem, op de vlucht voor een fabriekseigenaar en een theaterdirecteur. Ze stranden in een hotel, waar ze zich afwisselend voor Italiaanse marquizen, Weense hoteleigenaren, obers en voor elkaar uitgeven. Intussen repeteren ze aan Die Räuber. Nestroy parodieert Schiller in het thema van de vrijheid: dat wil zeggen, in de poging te ontsnappen aan een kleinburgerlijke mentaliteit.
In Umsonst blijken de plotwendingen zinloos en voor niks, moeten de toneelspelers altijd gratis en voor niks optreden, en kunnen wij ons alle moeite besparen om er iets van te maken, want het eind van het liedje is altijd: ‘het is de moeite niet waard, het is de moeite niet waard.’ (2e bedrijf, gezongen intermezzo).
Umsonst is een ‘posse’, een klucht met gezongen intermezzi. De hoofdpersoon komt op na een paar korte scènes, die duidelijk als amuses functioneren en introduceert zichzelf met een lied. Daarna volgt een monoloog waarin het centrale thema van het stuk wordt uitgewerkt. De kracht van Nestroy als schrijver komt het duidelijkst naar voren in de toon van deze monologen: existentiële twijfel, vermengd met satire, gevoed vanuit een sterk humanistisch ideaal. En door zijn superieure taalkunst wordt de klucht op een ander niveau getild. In woordgebruik en als uitvinder van nieuwe woorden, in zinswendingen en opbouw, maar vooral in zijn metaforen is hij onovertroffen binnen de toneelschrijfkunst.
Daarbij zijn de stukken modern qua opvattingen en hekelen altijd de maatschappelijke verhoudingen en vooroordelen – in het bijzonder de huichelachtigheid van de nieuwe, rijke middenstand. Zo verhullen (én onthullen) de personages in Nestroys laatste eenakter, Frühere Verhältnisse, steeds hun vroegere, slechtere betrekking, maatschappelijke positie en amoureuze verhouding voor elkaar. Of begint de roodharige zwerver Titus in Der Talisman aan een opmerkelijke klim op de maatschappelijke ladder dankzij een zwarte pruik, en stijgt nog in aanzien als hij die verwisselt voor een blonde! En doordat de steenrijke hoofdpersoon in Der Zerrissene wordt verscheurd door verveling, besluit hij met de eerste de beste vrouw te trouwen die door de deur komt, duikelt met haar vermeende minnaar over de rand van het balkon, in het meer, en als hij weer boven water komt, is hij zijn positie, zijn vrienden en zijn geld kwijt en moet als zwerver verder door het leven, vluchtend voor de wet.
Nestroy verwijst in Umsonst naar twee andere schrijvers: Schiller en Kotzebue. Schiller is ons welbekend, maar zijn tijdgenoot, Kotzebue, kent bijna niemand meer. In hun tijd was het precies omgekeerd: Kotzebue heeft 220 stukken geschreven en was de meeste gespeelde en bekendste toneelschrijver van de 19e eeuw. Hij was een fervent tegenstander van Schiller, zowel artistiek als politiek, en in elk stuk maakt hij Schiller wel ergens belachelijk. (Diezelfde Kotzebue wordt uiteindelijk vermoord door een student, wat de aanleiding vormt voor de ‘besluiten van Karlsbad’, die het begin markeren van de heerschappij van Metternich, beter bekend als ‘der Vormärz’ – maar dit geheel terzijde.) Schiller werd in die tijd gezien als de schrijver voor de elite en Kotzebue als de volksschrijver. Nestroy gebruikt ze allebei, expres, omdat voor hem de grenzen tussen hoog en laag niet bestaan. Ook daarin vermengt hij de verhoudingen.
Voor onze voorstelling gebruiken we beide schrijvers naast Umsonst. Van Schiller Die Räuber en van Kotzebue het bijzondere stuk De Landjonker in Berlijn: een erg verrassende en verfrissende komedie waarin de hoofdpersoon zó naief en zo ín en ín goed is, dat dat veel problematische situaties oplevert. Deze stukken gebruiken we om de citaten van Nestroy te kunnen uitbouwen, de toneelwereld waarin het stuk speelt ruimer te maken, om inzicht te geven in de structuur van het stuk; eigenlijk om alle mogelijkheden die Nestroy aanbiedt, naar eigen wens en inzicht verder uit te werken.