De vrouw met haar zwart gesteven rok zit triomfantelijk aan de zijkant. De geleerde bij wie ze boeken af kwam stoffen heeft haar ten huwelijk gevraagd. “Met permissie” heeft ze toegestemd, maar niemand heeft nog enig idee wat de man met haar in huis heeft gehaald. Hij als fanatiek boekenliefhebber, zijn bibliotheek is het enige waar hij werkelijk om geeft, zei een paar minuten eerder nog dat een vrouw in huis ten allen tijden moest worden vermeden.
Elias Canetti schreef met Het Martyrium een lijvig, wat zwaarwichtig boek. En het is een wonder hoe het toneelspelerscollectief ’t Barre Land dat werk nu heeft omgesmeed tot puur aanstekelijk theater. Soms vertellend, maar als Jacob Derwig zichzelf introduceert als toegewijd wetenschapper doet hij dat zo onweerstaanbaar dat je bijna zelf verlangt naar een zwijgend bestaan tussen boekenkasten.
Die kasten worden in het spaarzame, maar uiterst smaakvolle decor gesymboliseerd door hoge wanden, betimmerd met kleine plankjes. Het toneel waar de spelers op bivakkeren is haast zelf een boekenplank: nauwelijks een meter diep houdt het de spelers gekluisterd aan hun stoeltjes. Wanneer de geleerde zich geroepen voelt tot de huwelijksdaad, rolt het paar bijna van het toneel. Het is een verrukking naar deze spelers te kijken doe uit de losse pols en met de frisheid van het moment acteren. Het verhaal neemt de meest wonderlijke bochten, en al komt er bijna geen rekwisiet of toneeltruc aan te pas, je gaat er moeiteloos in mee.
Het weinige maar bevoorrechte publiek - op veel toeschouwers is de kleine tribune niet berekend - zit er bovendien met de neus bovenop. En als een speler even de weg kwijt is, wordt dat met het grootste gemak meegenomen in het spel. De voorstelling is net af en het tekstboek ligt nog onder handbereik. Vincent van den Berg, in het tweede deel fenomenaal als dwerg op een kinderstoeltje met een rugzak die dienst doet als een bochel, is de meeste tijd souffleur en dirigent tegelijk. En hoe gek het ook klinkt, dat is een aanvulling en een verrijking en in die zin lijken deze leerlingen van Maatschappij Discordia de stijl van die groep op een hoger niveau te tillen. Dit zijn zulke getalenteerde acteurs - ook de mindere goden gaan steeds beter spelen - dat ze zonder enige hulpmiddelen hun personages neerzetten.
En om zo’n losse speelstijl vraagt dit maffe verhaal ook. De man sluit zijn vrouw, die zich ontpopt als een hebberige kenau, tenslotte op in zijn huis om in hotels zijn vrijheid te vieren. Ook boeken gunt hij vrijheid, hij koopt ze vrij van de brandstapel, terwijl hij door anderen gek wordt verklaard.
Op dezelfde manier heeft deze groep Canetti’s werk bevrijd van elke veronderstelde zwaarte. Ze hebben weer leven gepompt in dit verhaal en laten de mooie zinnen stralen.
Voor de liefhebber is Hoofd zonder wereld een must. Twee delen zijn nu af, naar deel drie kunnen we alleen maar verlangend uitkijken.
gezien 12 september in Machinegebouw, Westergasfabriekterrein, Amsterdam
De Volkskrant, 14 september 2001 - door Marian Buijs